“Aafjes was heus geen prutser”

by schopendegger
Bertus Aafjes

Bertus Aafjes

Het leven gaat door, ook in het hiernamaals. Na het volgens velen te vroege heengaan van Driek van Wissen, stond op diens sterfdag Bertus Aafjes op de rol om door de leden van De Wereld der Dode Dichters, oftewel DWDDD, eens grondig beanalyseerd te worden. Maar niet nadat DWDDD in haar korte doch bewogen bestaan een nieuwe stap gezet had op weg naar wereldoverheersing, te weten het aanmaken van een Twitter-account. Dankzij deze revolutionaire stap ontsluit DWDDD de belevenissen aan gene zijde van de poëzie voor een groter publiek (op moment van schrijven zes volgers, om precies te zijn). Het belooft dan ook een groot succes te worden. Een kleine stap voor DWDDD, een gigantische sprong voor de mensheid. Om dit te benadrukken, ontketende Fred meteen een ware Twitterstortvloed aan tweets, die daarop onmiddellijk door Fred zelf werden geretweet, waarbij het toevoegen van enkele pakkende hashtags niet vergeten werd. Een ware schokgolf ging door de Twitter-gemeenschap.

Bij wijze van voorprogramma hield Sterre een lezing over de ware betekenis van de woorden ’schuren’ en ’sandwichen’, waarop door Fred de terechte vraag werd gesteld of AFTh. daar niet ooit iets over geschreven heeft. Te oordelen naar de vragende blikken van nagenoeg alle aanwezigen, zal dit wel altijd een vraag blijven.

Hierdoor lieten de overige DWDDD-ers zich niet afleiden en zij zetten zich dan ook aan de lezing van Het gevecht met de muze (1940), dewelke door Il Principe werd ingeleid met een gloedvol betoog. Hiertoe was de onvermoeibare, nooit versagende en daarom ook zo gewaardeerde DWDDD-voorzitter een maand in retraite gegaan en het resultaat mocht er zijn! Het is vanzelfsprekend niet eenvoudig deze inleiding, die ruim drie minuten duurde, samen te vatten en hier zal dan ook volstaan moeten worden met enkele in het oog springende feiten over het leven en werk van Bertus Aafjes. Hij overleed in 1993 in Swolgen. Noemde zichzelf ook wel Jan Oranje. Op de vraag van Il Principe of er nog vragen waren, hield iedereen zijn mond, waarop Il Principe nog gauw even een blik wierp op de Aafjes-wiki en verheugd wist te melden dat hij ook nog iets in de priesterij en archeologie had gedaan. Daarna stortte hij zich op de literatuur en schreef reisbeschrijvingen over het Middellandse Zee-gebied. In 1980 schreef hij erotisch poëzie, waarop iemand iets opmerkte over de ANWB en de kilometerheffing. Opzienbarend was voorts de ontdekking van Il Principe dat Aafjes “met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid” op Zeeburg heeft gewoond. Il Prinicpe toont daarna een foto van Aafjes en ontlokt Bloeme de woorden “wat een lief mannetje.”

Aafjes hing bij Sterre op de wc en zij leest dan ook de passage over het gezicht op Rome, uit Een voetreis naar Rome. Daarop wordt Dichters Epitaaf gelezen en vraagt men zich af of Aafjes niet aan rijmdwang leed. Bloeme laat haar waardering voor Aafjes blijken: “Aafjes was nog niet zo’n prutser.” Unaniem wordt besloten dat ‘gevecht met de muze’ een mooie titel is. ‘Zacht ruisen’ is keurig rijm en de Eerste Wet van Newton zit ook mooi verweven in bepaalde gedichten van Aafjes. Men komt tot de conclusie dat Aafjes binnen vier gedichten gekraakt is. Dat zit zo, in formule: ‘woekerend bederf’ = ‘dood’ = ‘muze’ = ‘inspiratie’, waarin ‘dood’ = metafoor (zwart gat), aldus Bloeme en Princesse. Fred merkt evenwel op “Je kan niet sterven aan de dood.” Instemmend geknik is zijn deel.

Il Principe was even uitgeklokt, maar klokt gelukkig weer in. Schopendegger zegt dat de drie gedichten aan het einde van de bundel ’symboolgoochelen’ is. De Verstotene is post-modern (opmerking: proto-postmodern?). Bloeme: “iemand zin om een parodie te maken?” Er wordt een parodie gemaakt:

In een kring van jongelingen
Bij een warme haard gezeten
Begon Frans Bauer plots te zingen
En werd snel in het vuur gesmeten

Tot slot wordt opgemerkt door Princesse dat De laatste brief doet denken aan Le Dormeur du val van Arthur Rimbaud (in de wandelgangen trouwens Rimb’ genoemd) en dat is ook zo.

Hierop wordt het woordenboekspel gespeeld, hetgeen niet onvermeld mag blijven, vanwege het gebruik van enkele pareltjes uit de Nederlandse taal: moeskop, oeloe, proem, bodderen en hardbloem.


Leave a Reply