Achter duizend luiken huiselijke geluiden,
met eet er, zingt er, timmert er, krakeelt.
Leeg web van stegen onder de zon.
Mijn schaduwgang die uitmondt
in bewassen treden naar een water, zwart.
Hemelhoog nabij de overzij, muziek
uit huizenwand, geloken duizend luiken.
Ik ben voorbij en wil niets liever
dan als eeuwig laatste der gearriveerden
hier bestendig onbehuisde zijn.
