Posts tagged ‘lasagna’

May 2nd, 2008

Lucebert: de inaugurele zitting.

by schopendegger

De inaugurele zitting van de Wereld, waarin enkele pennevruchten van Lucebert werden gelezen en laatstgenoemde werd toegelaten tot het Walhalla (als eerste), was een doorslaand succes. Niet in de laatste plaats vanwege de (nog) niet overtroffen lasagna (S z’n voedsel was net zo geniaal, maar niet te vergelijken), het kolossale pand waar L in resideert en de rijkelijk vloeiende druivensappen.

Uiteraard lag de kern van het succes in het werk van Lucebert, dat tot aller verbazing steeds mooier en begrijpelijker leek te worden (of spreekt deze geest nu voor zichzelf?). Hoewel de gedichten uit het vroege werk van Lucebert werden gelezen, wees S ons op de absoluut briljante eerste twee regels uit het gedicht aan lesbia.

aan lesbia

de oude meepse barg ligt
nimmermeer in drab
maar voorgoed op zachte kussens onder – uitgerekend -
de weelderigste boom Ons rest
slechts een schaduw dun als een dasspeld
om af te koelen lesbia
sinds je moeder goede zaken maakt
met de montage van haar
geldzucht en jouw schaamteloos lichaam
zijn je lippen – nu als een steeds
modieuzer gewaden gehuld zo
gewaagder lijkend dan ooit – mij toch
armelijk mager geworden

maar al werder je fraaie lokken plots
walchelijk rattenhaar of baarde je
onder mijn ogen een geslacht van
veelpotig of kruipend gedierte
ik verliet je niet want waar
zou ik nog rust kunnen vinden? in het zuiden
op brandende bergen soms of
onder de altijd bloedige barbaren in het noorden?

later meer…
o ik moet er niet aan denken hoe in den vreemde
een van heimwee bezetende mij toefluistert:

‘alle vlinders van dit voorjaar slapen op lesbos’

Uiteraard lag de kern van het succes in het werk van Lucebert, dat tot aller verbazing steeds mooier en begrijpelijker leek te worden (of spreekt deze geest nu voor zichzelf?). Hoewel de gedichten uit het vroege werk van Lucebert werden gelezen, wees S ons op de absoluut briljante eerste twee regels uit het gedicht aan lesbia.

aan lesbia

de oude meepse barg ligt
nimmermeer in drab
maar voorgoed op zachte kussens onder – uitgerekend -
de weelderigste boom Ons rest
slechts een schaduw dun als een dasspeld
om af te koelen lesbia
sinds je moeder goede zaken maakt
met de montage van haar
geldzucht en jouw schaamteloos lichaam
zijn je lippen – nu als een steeds
modieuzer gewaden gehuld zo
gewaagder lijkend dan ooit – mij toch
armelijk mager geworden

maar al werder je fraaie lokken plots
walchelijk rattenhaar of baarde je
onder mijn ogen een geslacht van
veelpotig of kruipend gedierte
ik verliet je niet want waar
zou ik nog rust kunnen vinden? in het zuiden
op brandende bergen soms of
onder de altijd bloedige barbaren in het noorden?

later meer…
o ik moet er niet aan denken hoe in den vreemde
een van heimwee bezetende mij toefluistert:

‘alle vlinders van dit voorjaar slapen op lesbos’