Posts tagged ‘Zarathoestra’

May 2nd, 2009

‘De genealogie van mijn moraal. Aldus sprach Wilders’

by schopendegger

Toen Wilders 41 jaar oud was, verliet hij de streek van zijn geboorte en trok zich terug in een cel in Kamp Zeist. Hier proefde hij geruime tijd de vreugden van zijn geest en eenzaamheid. Eindelijk evenwel kwam er verandering in zijn hart, – hij geraakte zijn wijsheid moe: ‘Zie! Ik ben mijn wijsheid zat, als de bij die te veel honing vergaard heeft, ik heb handen van node die zich uitstrekken’. Zo verliet Wilders zijn eenzaamheid en trok het land in. Toen hij de eerste stad bereikte trof hij daar veel volk aan. Wilders zag het volk aan en verwonderde zich.

Toen sprak hij aldus:
Met het oog op het feit dat ik de mensheid binnenkort moet confronteren met de zwaarste eis die ooit aan haar gesteld is, lijkt het me beslist noodzakelijk te zeggen wie ik ben. Eigenlijk zou men het moeten weten: want ik heb me niet ‘onbetuigd gelaten’. Maar de wanverhouding tussen de grootte van mijn taak en de kleinheid van mijn tijdgenoten is hierin tot uitdrukking gekomen dat men mij noch gehoord noch zelfs maar gezien heeft. Onder deze omstandigheden heeft iemand de plicht, waartegen eigenlijk mijn gewoonte, en meer nog de trots van mijn instincten in opstand komt, om te zeggen: luister naar me! Want ik ben die en die. Verwar mij in geen geval met iemand anders!

Luister
De vreemdelingen blijven toestromen. De grootste groep wordt gevormd door gezinsvorming en gezinshereniging, in 2006 waren dat er 23.000. Stel je eens voor wat dat betekent bezien over een periode van tien jaar! Daar komen asielzoekers en andere toestromenden nog bij. En niet te vergeten de illegalen, die letterlijk ontelbaar zijn. Ons opendeurbeleid zorgt ervoor dat we steeds een nieuwe ‘eerste generatie allochtonen’ binnen krijgen – met alle problemen van dien. Wat beweegt de migrant om onze landgrenzen over te steken? Men zal begrijpen dat om deze prangende vragen te beantwoorden het essentiële onderscheid tussen burger en migrant moeten worden doordacht. De burger houdt er, als rechtmatig onderdaan van een staat, immers een geheel andere moraal op na dan de migrant, die veeleer een negatie van de burger is.

Allereerst de burgerlijke moraal, die de hoogste en meest werkelijke is. Deze moraal der burgers is gebaseerd op een machtige lichamelijkheid, een bloeiende, rijke zelfs overstelpende gezondheid in combinatie met alles wat een sterk, vrij, blijmoedig handelen insluit. Burgers zijn dan ook de voornamen, de heren ofwel de machtigen van deze wereld. De burgerlijke moraal bestaat aldus uit een triomferend ja zeggen tegen zichzelf (goed = voornaam = machtig = mooi = gelukkig = door God geliefd).

Dan de migranten. In de geschiedenis van de mens hebben de machtelozen talrijke pogingen ondernomen om de positie of het bestaan van de burgers aan te tasten. Alles wat er op aarde tegen ‘de voornamen’, ‘de heren’, ‘de machthebbers’ is ondernomen is echter te verwaarlozen, vergeleken bij wat de migranten hun hebben aangedaan. Deze migranten hebben zich immers door een radicale omkering van de moraal van hun vijanden en overweldigers genoegdoening weten te verschaffen! Met Atilla de Hun, de eerste migrant, neemt de slavenopstand in de moraal dan ook een aanvang. Deze koning van de hunnen zorgde met zijn nomadische bestaan voor een omkeer, een kentering in het denken over de moraal. Door zijn vele rooftochten, plunderingen en malversaties zet hij de burgerlijke moraal op zijn kop. Men zal dan ook wel geraden hebben dat het Atilla de Hun is geweest die voor het eerst met een angstaanjagende consequentie de omkering van de burgerlijke moraal heeft durven stellen en zich daarin met peilloze haat (de haat der machteloosheid) heeft vastgebeten. In zijn navolging hebben vele nomadische volken deze omkering vastgehouden: alleen diegenee die het burgerschap ontberen, dat zijn de goeden! Maar jullie daarentegen, de voornamen en machtigen: de burgers, jullie zullen tot in de lengte van dagen de verdorvenen, de wreedaards, de wellustelingen zijn!

Maar jullie begrijpen dat niet? Jullie hebben geen oog voor iets wat er vijftienhonderd jaar over heeft gedaan om de overwinning te behalen? Daar is niets verwonderlijks aan: alle lange dingen zijn moeilijk te overzien. Maar dit is er gebeurd: De slavenopstand in de moraal begint er mee dat het ressentiment zelf scheppend wordt en waarden voortbrengt: de wrok van wezens aan wie de werkelijke reactie, die van de daad, onthouden is, leidt er toe dat ze zich alleen door een denkbeeldige wraak schadeloos kunnen stellen. Terwijl elke voorname moraal zoals gezegd ontstaat uit een triomferend ja zeggen tegen zichzelf, zegt de slavenmoraal al bij voorbaat nee tegen een ‘niet-zelf. Deze omkering van de waarde-scheppende blik behoort nu eenmaal tot het ressentiment: de slavenmoraal heeft, wil zij kunnen ontstaan, uiterlijke prikkels nodig om te kunnen ageren, haar actie is per definitie reactie. De migrant heeft een wrok naar wat hij niet heeft en verheerlijkt diegenen die in een vergelijkbare, rancuneuze positie verkeren.

Bij de voorname waarderingswijze van de burger is het omgekeerde het geval: zij ageert en groeit spontaan, zij zoekt haar tegendeel alleen om nog dankbaarder, nog volmondiger ja tegen zichzelf te kunnen zeggen. Terwijl de burger met vertrouwen en openheid voor zichzelf leeft, is de mens van het ressentiment, de migrant, tegenover zichzelf oprecht noch naïef, eerlijk noch recht door zee. Zijn ressentiment concipieert een boze vijand: de burger!

Deze omkering van de moraal verklaart de wrok die migranten koesteren jegens ons, Nederlandse burgers. Wij burgers hoeven ons geluk niet eerst door een blik op onze vijanden kunstmatig te creëren. Wij zijn niet overgeleverd aan een jaloezie, een wrok jegens anderen. De migrant heeft daarentegen de burger nodig om te kunnen ageren, hij heeft zijn haat ten opzichte van deze burger nodig om zich zelf lief te hebben! Daarom overspoelt de migrant ons land en nestelt hij zich als een parasiet in de kern van onze cultuur.

Daarom besluit ik: Hopelijk voelen we ons allemaal verantwoordelijk voor de meest kostbare schat die er voor de Nederlandse burger kan zijn: interne orde, vrede in binnen- en buitenland; ik ben er klaar voor in de rechtbank van de geschiedenis de verantwoordelijkheid op mij te nemen, het lot leerde mij te midden van angstige zorgen mijn geest te focussen op het dierbare wat ons in de wereld geschonken is: de burger, of beter de Nederlandse burger!

- Voor zijn toespraak maakte hij rijkelijk gebruik van Nietzsche’s vergelijkbare genealogie, Nietzsche’s ‘Zie de mens’ en het gesproken woord van Zarathoestra. -